Woensdag 22 juni 2016,

Voorzitter,

Als je eenmaal arbeidsongeschikt was, werd je voorheen aan je lot overgelaten. Dat was voor mij aanleiding om in 2013 een initiatiefnota te maken om mensen te activeren uit arbeidsongeschiktheid. Mooi dat er nu stappen worden gezet tot uitvoering van de motie die de VVD heeft ingediend. Iedereen die nu arbeidsongeschikt raakt, wordt gevolgd, er wordt contact gehouden en als wordt waargenomen dat er iets in je situatie verandert, dan wordt een herbeoordeling gepland. En als blijkt dat mensen langdurig arbeidsongeschikt zijn, dan wordt aan die onzekerheid een einde gemaakt. En mensen die kunnen werken, gaan sneller aan het werk. Want werk helpt bij verder herstel. Mensen die nog kort geleden hebben gewerkt, hebben meer kans om weer aan de slag te gaan.

Vorig jaar zei ik nog de “Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten” WGA een eindstation is geworden in plaats van een tussenstation. We verwachten dat het nu ingezette beleid een goede stap is om de WGA weer een tussenstation te maken en meer mensen te laten uitstromen uit de WGA. Zodat ze weer gaan werken zodra ze dat kunnen.

Toch heb ik nog een paar vragen bij het integrale plan. De motie van de VVD, waar de brief uitvoering aan geeft, verzoekt om zorg te dragen dat in de nabije toekomst alle arbeidsongeschikten in de WGA worden herbeoordeeld als de verzekeringsarts, hun werkgever of zijzelf aanleiding zien, wordt hiermee uitgevoerd. Er staat niet expliciet in de brief dat ook als de verzekeringsarts aanleiding ziet voor een herbeoordeling dat die ook wordt uitgevoerd, de zogenaamde professionele herbeoordeling. Ik neem aan dat dit het beleid wordt voor alle nieuwe gevallen, zodra de achterstanden zijn weggewerkt. Graag een reactie van de minister.

Natuurlijk had ik ook het liefst gezien dat mensen niet zo lang aan hun lot waren overgelaten en het beleid eerder was herzien. De vijfdejaarstoets wordt herzien door een voorselectie om te zien of mensen volledig arbeidsongeschikt zijn of hersteld. Maar 1 op de 7 mensen wordt beoordeeld. Wat we niet willen is dat het aantal beoordelingen dat geraamd wordt als een soort quotum dient en hierdoor mensen, die vijf jaar niet gezien zijn, tussen wal en schip vallen. Kan de minister dit bevestigen? De eerste twee jaar richt hij zich op het wegwerken van de achterstanden in herbeoordelingen. Dat is de grootste noodzaak. Het stuwmeer aan herbeoordelingen die moeten worden uitgevoerd door verzekeringsartsen. We willen geen van allen dat de WIA een tweede WAO wordt.

Helaas kan de minister geen ijzer met handen breken. Hij kan niet, als een Hans Klok een batterij verzekeringsartsen uit zijn hoge hoed toveren. En iedereen die dat wel kan, mag zich wat mij betreft bij de minister melden, ik kan het ook niet.

De verzekeringsartsen hebben veel kritiek geuit op het plan. Ze liggen continu in de clinch met het UWV. Ik heb het idee dat zowel de verzekeringsartsen, het UWV, de minister en De Kamer hier toch hetzelfde doel willen bereiken. Zien of mensen weer kunnen werken en zien of ze rechtmatig een uitkering krijgen. De verzekeringsartsen denken zelf dat ze tot veel meer herbeoordelingen zouden komen als ze een medisch secretaresse zouden hebben. De minister geeft in het plan van aanpak aan dat hij wil dat taakdelegatie de norm wordt. Wat is nu eigenlijk het probleem volgens de minister? Kan de minister de Kamer toezeggen dat hij gaat bevorderen dat er een eind gemaakt wordt aan die jarenlange strijd tussen UWV en verzekeringsartsen? Zodat we met elkaar zorgen dat mensen worden gevolgd en een herbeoordeling krijgen als dit nodig is?

 

Tenslotte,

Werkgevers en verzekeraars zijn bezig met de invoering van de de wet verbetering hybride stelsel WGA. De VVD was daar groot voorstander van. We hopen dat verzekeraars zich nu echt gaan bewijzen op het gebied van re-integratie. Daar zijn al de eerste tekenen van te zien, Keerpunt heeft deze week laten zien dat de kans op instroom in arbeidsongeschiktheid, in de WGA, daar 47% lager ligt dan bij het UWV. Tweederde van de re-integratietrajecten daar is succesvol. Wat kan het UWV daar van leren, vraag ik de minister? En gaat hij dat beleid ook bij het UWV invoeren?