Dinsdag 26 april 2016,

 

Voorzitter,

De VVD is zeer verheugd dat het gelukt is om met de coalitiepartner een aantal maatregelen te nemen die het Midden- en Kleinbedrijf ontlasten. We hebben het vanmiddag in het bijzonder over de, door de VVD zo gewenste, terugdraaiing van de ketenbepaling in de Wet Werk en Zekerheid. De ketenbepaling zorgt ervoor dat na drie contracten in twee jaar de werkgever een werknemer in vaste dienst moet nemen of zes maanden moet wachten voordat weer een contract kan worden aangeboden. Dit zorgde ervoor dat veel mensen die werken in een pretpark, op de koude grond in de landbouw en op de zomerse terrassen, hun baan verloren.  Wat we nu hebben geregeld is dat de ketenbepaling voor seizoensarbeid weer naar drie maanden gaat en sociale partners voortaan problemen samen kunnen oplossen..

De Verkenner, die er mede op initiatief van de VVD is gekomen, heeft deze wetswijziging ook geadviseerd. Het akkoord van de land- en tuinbouwsector bleek moeilijk van toepassing in bijvoorbeeld de recreatiesector. Bij vele partijen was behoefte aan een wetswijziging. De recreatiesector heeft deze wetswijziging, terecht, een doorbraak genoemd.

Nadat de brief met de wetswijziging vorige week naar De Kamer is gestuurd, heeft dit wel tot een paar vragen geleid. Wat nu als werkgevers en werknemers wel afspraken maken, maar zij geen cao hebben afgesloten of als die nog niet is afgelopen? Zijn de afspraken die zij samen sluiten dan leidend?

Graag een reactie van de minister.

Voorzitter, de VVD hoopt en gaat ervan uit dat deze wijziging voor de zomer nog door het parlement kan worden bekrachtigd. Dat deze zomer bedrijven in de horeca, de recreatie en de land- en tuinbouw weer hun vertrouwde seizoenskrachten aannemen. En er zo meer banen zijn voor mensen!

 

Voorzitter, de implementatie van de handhavingsrichtlijn, het hoofdonderwerp van vanmiddag.

De detacheringsrichtlijn is van 1996 en die regelt het detacheren van diensten binnen de EU. Die richtlijn is moeilijk  te handhaven, omdat er geen zicht is op wie, wat, waar, doet, tegen welke prijs en voor hoe lang. Met de uitbreiding van de Europese Unie zijn de verschillen in loon en sociale wetgeving tussen lidstaten vergroot. Grensoverschrijdende uitbuiting en illegale arbeid via detachering, komen steeds meer voor. Met de handhavingsrichtlijn die uitgewerkt is in deze wet kunnen deze uitwassen worden aangepakt en bestreden. Daar zijn we voor.

Ik vind dat je heldere regels moet stellen die te handhaven zijn. En dat de overheid dat vervolgens ook goed moet doen. Illegaliteit en uitbuiting van gedetacheerde werknemers moet worden bestraft. En verdringing van werknemers in Nederland die hierdoor niet aan de bak komen, moet zo worden voorkomen. Daarom willen we dat er in Nederland door de Inspectie, maar vooral ook door samenwerking met het EU-land van herkomst, wordt gehandhaafd.

De VVD is hoopvol over de effecten van deze wet. Eerst vinden we dat duidelijk moet zijn of deze wet werkt voordat we de voorwaarden voor detachering zelf willen inperken. Daarom zijn we niet voor de voorstellen zoals de Commissie die in maart heeft gepresenteerd om de Detacheringsrichtlijn aan te passen.

Over deze wet hebben we nog wel een aantal vragen en opmerkingen:

De Detacheringsrichtlijn vormt een uitzondering op de Rome I-verordening: als er geen keuze wordt gemaakt volgens welk recht een medewerker wordt gedetacheerd dan geldt het recht van het woonland.

Ongeacht de keuze voor woon- of werkland gaat de minister in deze wet verder dan de detacheringsrichtlijn. Want als de harde kern van arbeidsvoorwaarden  waarop wordt gedetacheerd niet expliciet is omschreven, wordt deze harde kern “geduid” door de minister. De minister duidt de harde kern als de CAO-lonen. Dit in strijd met de Detacheringsrichtlijn waarin expliciet het minimumloon is genoemd.  Wat is de Europese rechtsgrond voor deze duiding door de minister?

 

Overheidsbemoeienis

De minister gaat zelf zorgdragen voor een website waarin cao afspraken worden gepubliceerd. Maakt de minister zich dan niet erg kwetsbaar voor eventuele foutieve informatie, is dat nu niet typisch een taak voor de sociale partners zelf?

De CAO wordt gehandhaafd door sociale partners, dat is wat de VVD betreft geen taak van de overheid. Is het niet zo dat doordat de minister hier eigenlijk zegt dat de CAO lonen tot de harde kern horen en ook worden gehandhaafd, hij de inspectie ook verantwoordelijk maakt voor het handhaven van CAO’s? En hiermee de bevoegdheid van de Inspectie SZW hiermee uitbreidt?

 

Effectiviteit

Identificatie van de onderneming die detacheert maakt het mogelijk te zien wie, wat, waar, doet. Dat vinden we een goede zaak, maar dat lijkt ons niet eenvoudig te realiseren. Nu wil de minister deze wet ook inzetten om schijnzelfstandigheid te bestrijden. Een nobel streven, maar zelfstandigen vallen niet onder de reikwijdte van de wet, hoe gaat de minister dit doen?

 

Privacy

De VVD vindt het van het grootste belang dat de privacy van mensen en bedrijven zoveel mogelijk wordt beschermd. Nu staat dit soms op gespannen voet met het opsporen van malafide praktijken, daar zijn we ons van bewust.

Het samenwerken met andere lidstaten, het delen van informatie in het informatiesysteem voor de interne markt (IMI) is van het grootste belang voor het verlenen van bijstand aan elkaar, het opsporen van grensoverschrijdende malafide ondernemingen en het innen van boetes.

Hierdoor zal ook privacygevoelige informatie worden gedeeld over bedrijven en werknemers.

Nu heeft de Nederlandse overheid niet het beste track record als het gaat om het bewaken van privacy gevoelige gegevens in de sociale zekerheid. Welke organisaties krijgen in Nederland toegang tot die informatie en hoe gaat de minister bij de betrokken Nederlandse organisaties inbedden dat de privacy goed beschermd wordt?

Is het in dit kader nu zo verstandig om privacy gevoelige informatie te delen met CAO partners?

 

Bureaucratie

De meldingsplicht is al in 18 lidstaten van kracht. Door de ontvanger van diensten in Nederland verantwoordelijk te maken, wordt ervoor gezorgd dat het detacherende bedrijf zichzelf en zijn werknemers meldt. Hierdoor ontstaat beter zicht op de detachering. De Inspectie kan via risicoselectie kijken in welke sectoren problemen liggen. Het is een logische stap. Uitbuiting en verdringing van Oosteuropese werknemers door Nederlanders zoals bij de Eemshaven en de A2 kunnen door de meldingsplicht worden voorkomen en bestreden. Zodat wat de VVD betreft verdergaande maatregelen niet nodig zijn.

De VVD vindt het positief dat onnodige bureaucratie zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Dat de meldplicht bijvoorbeeld pas van kracht wordt als er digitaal kan worden gemeld, in 2018. We zijn ook voor de harmonisatie met de meldingsplicht die in de Wet Arbeid Vreemdelingen voor werknemers van buiten de EU geldt. Bij algemene maatregel van bestuur worden sectoren uitgezonderd als het personen- en beroepsvervoer en bedrijven rond de grens. Dat is positief. Wat doen andere lidstaten, als Duitsland en Frankrijk? Hebben die dezelfde uitzonderingen of meer?  Onderscheiden wij ons ten positieve of ten negatieve? Dit ook in het kader van de concurrentiekracht.

Wanneer wordt duidelijk welke risicosectoren er worden aangewezen waarvoor zelfstandigen ook de meldingsplicht geldt?

De hamvraag blijft altijd: Is dit genoeg? Mensen die ik spreek begrijpen niet dat Oost-Europeanen illegaal of onder het minimumloon banen inpikken die voorheen door Nederlanders werden gedaan.

De hamvraag is: Vang je met deze maatregelen wel de werkelijke malafide bedrijven? De bedrijven, waarbij zowel de buitenlandse detacheerder als de Nederlandse partner niet melden, die geen A1-verklaring hebben, die zich niet inschrijven in Nederland? Blijven die partijen nog steeds buiten zicht van de Inspectie?

Heeft de minister nog meer handhavingsmiddelen nodig of is dit voldoende?

De VVD ziet uit naar de resultaten van de verbeterde handhaving en wij wensen de minister hier veel succes mee!